Category Archives: Vrerigheden

Dingen uit mijn leven, die niet specifiek met (bijv) Latijns-Amerika te maken hebben.

Transitie

We moeten  van de term “transitie” af zoals we eerder van de term “transformatie” af moesten. Transitie legt een te groot belang bij de voor de buitenwereld fascinerende verandering en wordt ons ook door die buitenwereld opgelegd. Terwijl we zelf liever – zoals iedereen  – aan onszelf werken, worden hoe we ons voelen. Continue reading

Hoed u voor Zilla’s

Het is opvallend: in mijn vriendenkring zijn recentelijk een aantal mensen het slachtoffer geworden van een uit de klauwen gelopen liefdesrelatie. En wel op zo’n manier dat ik in elk geval vind dat de betrokken daders uit de scene moeten worden gebannen tot ze afgestraft zijn (in juridische zin, hun straf hebben volbracht).  Maar wat is dat toch? Hoe kunnen we het voorkomen en waar het voorkomt er iets aan doen?

 

De beschreven gevallen spelen zich af op verschillende plekken in Nederland met verschillende betroffenen. Omwille van de privacy van daders en slachtoffers houd ik de verhalen anoniem.

Twee daders hebben zeker of hoogstwaarschijnlijk borderline syndroom, een derde schijnt narcistisch te zijn. Twee van de drie zijn gewelddadig geweest, een derde dreigde ermee. Twee zijn relatie tussen vrouwen, een is een (gender)queere relatie. Helaas zijn ook holebi’s en transen, queers niet vrij van deze verschijnselen. Daarover heeft Karin Spaink ooit al eens geschreven in haar stuk Dames als daders. Continue reading

Bezuinigingen? Mn reet!

Er is geen enkele zinnige reden om 18 miljard euro of zelfs maar 1 miljard euro te bezuinigen op de Nederlandse economie. Als je tenminste enig evenwicht wilt hebben en mensen in principe aan het werk wilt hebben in plaats van in de uitkering.

Er is geld genoeg. CBS Statistieken (macro-economische verkenningen 2011) geven aan dat er genoeg kapitaal aanwezig is: de kapitaalinkomensquote is flink gestegen. Er wordt alleen verrekte weinig geïnvesteerd: de investeringsquote staat op een historisch dieptepunt. De kloof tussen winsten en investeringen – nodig om de economie op gang te brengen/houden – is dus heel diep. Continue reading

'Oslo'

Toch maar een stukje over de aanslagen van vrijdag jl. Na de eerste gedachtenflits van ‘het zal toch geen islamistische groep zijn’ die dit heeft geflikt – de bomaanslag – gingen mijn gedachten ongeveer acuut uit naar extreem rechts.

Continue reading

Jouw dood – Testo junkie, hoofdstuk 1

Vertaling van hoofdstuk één van Testo Yonqui. In dit boek beschrijft de Spaanse filosofe Beatriz Preciado haar ervaringen met het zichzelf toedienen van testosteron. Daarbij laat ze zich theoretisch inspireren door mensen als Walter Laqueur, Gilles Deleuze en Felix Guattari, Michel Foucault, Donna Haraway …

Op 5 oktober belt Tim me huilend op en vertelt me van jouw dood. Tim houdt van je, hoewel je hem zelfs in je laatste boeken niet met  [enige]generositeit  behandelde. C’est William, zegt ie me. Hij huilt en herhaalt: C’est WIlliam, c’est William. Ze hebben hem dood gevonden in zijn nieuwe appartement in Parijs. Men wist het niet. Het was sinds twee dagen, de derde. Je weet het niet. Continue reading

Verschil diagnostiseren

De meeste genderklinieken zeggen dat ze je helpen jouw keuze te realiseren. En de wetgever zegt dat hij je keuze respecteert. Maar eigenlijk gebeurt er iets anders tegelijkertijd. Want wat als jij niet in de goedgekeurde plaatjes valt? Als je te ‘genderfuck’ bent voor hun systeem? Dan moet je je meestal in bochten wringen, verhalen ophangen of accepteren dat het wel eens lang kan duren voor ze snappen dat jij ook recht op ondersteuning bij het vormgeven van je leven.

Wat er onder water gebeurt is dat er wordt gekeken of je aan hun kriteria voldoet. En die kriteria zijn beperkt en ook binnen de beperkingen problematisch. Wat niet wil zeggen da je geen baat hebt bij de gelimiteerde en geborneerde ondersteuning die je krijgt. Maar het moet en kan beter. Daarvoor kijk ik naar twee voorbeelden in de Verenigde Staten. Continue reading

Nature has gotten away with far too much

Fay Weldon heeft helemaal gelijk met haar uitspraak van Mary Fisher in Life and loves of a she-devil. “Nature has gotten away with far too much. De natuur krijgt al veel te vaak haar zin. Dat is de reactie die ik blijf houden bij het lezen van het boek genderkinderen van Ellen de Visser en Sarah Wong.

Deels de auteur, deels de geïnterviewden houden zeer nadrukkelijk vast aan een binair genderbeeld. Dat kinderen zelf voor een binair beeld kiezen is logisch: het is al benauwend om holebi te zijn als puber, en het is nog veel erger als je genderidentiteit in de knoop zit. Maar verder is het toch wel een ramp om de zaak zo te bekijken.  Je doet jezelf en de wereld zo ongelooflijk veel tekort.

Daarom vind ik het boek eerlijk gezegd vreselijk en ellendig. Het reproduceert alle klassieke ideeën over trans* zijn. Meteen al door Dick Swaab de inleiding te laten schrijven. Hoe essentialistisch en biologistisch ben je dan bezig. Swaab is bekend geworden omdat hij in de jaren 1990 ontdekte in dat de hersenen van overleden transen een “sekse dimorfe kern” meer leek op die van het gewenste geslacht dan van het originele. In de loop der jaren is er veel kritiek geweest op Swaab en recentelijk heeft Rebecca Jordan-Young o.m. Swaab (in haar Brain Storm. The Flaws in the Science of Sex Differences) methodologisch en conceptueel de oren gewassen.

Vervolgens wordt naar goede journalistieke en antropologische gewoonte geluisterd naar wat de betrokkenen (kinderen, ouders, genderteam, omgeving) vinden. Maar die opvattingen zijn niet ‘onschuldig’ dan wel neutraal. Wie er duidelijk andere opvattingen en gevoelens op na houdt jegens gender en/of seksualiteit ‘bestaat’ niet. Wordt niet gehoord of begrepen. En komt dus ook niet aanmerking voor ‘hulp’. Waar zijn de professionals die je helpen je eigen referentiekader te ontwikkelen en daarbij ook ‘vreemde’ zaken aanreiken? Mijn idee is dat hulpverlening veel te dicht bij de cliënt blijft. Er is niks mis met normativiteit, zolang je je van de noodzakelijke beperktheid van je eigen normativiteit bewust bent.

Het heersende model creëert ook geprivilegieerde categorieën transen: zij die hun ervaringen binnen het dominante raster kunnen brengen vs. hen die dat om welke reden dan ook niet kunnen. Bijvoorbeeld omdat ze niet genderdysfoor genoeg zijn – te weinig last hebben. Of onbewust niet die weg voor zich open zien.

Om het vanzelfsprekende nog maar eens klip en klaar te herhalen: trans is een variatie in het menselijke spectrum van gender en seksualiteit en werkt overal anders. Verder komt een groot deel van de last die we hebben voort uit de beperkte ideeën die iedereen heeft van hoe je met je lijf, je gender en je seksualiteit om moet gaan. Psychologische en sociale hulp om je staande te houden en te leren met je gevoelens om te gaan, ze te durven leren kennen ook, is goed, belangrijk. Maar niet ‘hulp’ die je leert dat je een genderdysforie hebt en een psychiatrische problematiek. Evenzo is medische hulp gewenst voor wie die nodig heeft om beter met zichzelf te kunnen leven. Ik denk dat naarmate trans* acceptabeler wordt er in eerste instantie meer mensen zich zullen melden voor ‘diagnose’ en dat langzaamaan de samenleving zal accepteren dat er een grotere variatie is in lichamen en beleving.

En ondertussen moeten we de bestaan de maatschappij radicaal veranderen, zodat we met onze adnere lichamen en genders niet in het liberale plaatje worden ingepast, maar het ontwrichten terwijl we een geheel andere samenleving bouwen, vrij van onderdrukking op grond van geslacht, gender, seksualiteit, huidskleur, economische status of wat dan ook. En hele klus maar samen kunnen we het.

Logica van het functioneren

Onderstaand stuk is geschreven door mijn Argentijnse vriend Mauro Cabral, filosoof en trans/intersekse activist. Ik heb hem jaren geleden in Amsterdam leren kennen en kom hem nu op het wereldtoneel tegen. Hij schrijft regelmatig voor de Argentijnse krant Página 12. Dit stuk heb ik van zijn Facebookplek gehaald en vertaald met gebruik van het originele Spaans en een Engelse vertaling. Het stuk handelt over niet-werkende lichamen.

Ik heb al een tijd lang hierover willen schrijven, maar ik vind nooit de het goede moment ervoor en misschien vind ik dat wel nooit. Dan nu maar.

Wanneer mensen schrijven of spreken over interseksualiteit adresseren ze doorgaans de intrinsieke verbinding tussen interseksualiteit en de biomedische productie en inlijving van gender. In andere woorden: het medisch beheersen van interseksualiteit als een mechaniek dat telkens gericht is op het zorgen dat geseksueerde lichamen heteroseksueel geschikt zijn. Deze procedure wordt gehekeld. Niet alleen omdat ie altijd heteroseksualiteit impliceert. Maar ook vanwege zijn consequenties: het is een verminkende procedure.

Verminking kun je beschrijven. Het is moeilijk maar niet onmogelijk. Die moeilijkheid rijst niet alleen uit zijn wreedheid, zijn onomkeerbaarheid, noch uit zijn verschil. Hij komt ook voort uit zijn tijdelijkheid. Het is nooit mogelijk te bepalen wanneer hij begint en nog minder wanneer hij eindigt.

Verminking is een spiegelspel.

***

Mijn lichaam is meer dan twintig jaar geleden onderworpen aan een interventie. Met maar één doel: dat dit lichaam seksueel aantrekkelijk zou zijn voor een man. Eén die ik tot op de dag van vandaag niet heb gekend noch ken. Hij was de man van de dromen van mijn chirurg, de man die hij voor mij droomde in zijn dromen, niet in mijn dromen (en misschien zal ik ooit het vreemde homo-erotische pact beschrijven dat bezegeld werd met mijn ingewanden als garantie). Twee operaties en zes jaar dilateren transformeerden dit lichaam in iets heel distinctiefs. De medische analyse, de echo’s, de verkenningen, de operaties en het dilateren veranderden mijn lichaam in een gelegenheid voor mysterie: interne littekens van dubieuze aard, pijn waarvan niet duidelijk is waar ie vandaan komt, gebrek aan gevoeligheid voor aanraking, voor warmte, voor kou, een soort onbeheersbaar magnetisch veld.

***

Ik zou erg blij zijn als het hiermee over was. Maar dat is het niet.

Mijn chirurg veronderstelde dat de man van zijn dromen niet met een lichaam als het mijne overweg kon: dus moest het verbeterd worden. De “verbeteringen” hebben mijn lichaam gemaakt tot iets waarmee ik niet kan omgaan. Nog minder kunnen mannen, gedroomd of niet, er mee omgaan.
Het doet pijn, het hindert, het wordt droog, voelt teveel of te weinig. Het verzet zich, trilt. Het is niet klaar voor genot; niet nu en niet later, het sluit zich obstinaat. Het verdedigt zich tegen alles, zonder noodzaak, valt preventief aan, is waakzaam en misprijst zichzelf. Het wordt woest, het ontploft. Al meer dan twintig jaar, met en tegen mijn wil, verzet mijn lichaam zich.

***

Als  adolescent was mijn lichaam onpenetreerbaar. Ik werd veroordeeld tot het oordeel van de prestatie: zonder chirurgie was geen seksuele prestatie mogelijk. Tegenwoordig gaat alles anders, en tegelijk hetzelfde.  Het vieren van “niet-normatieve lichamen” laat geen ruimte voor de materialiteit van zijn (hart)slag: men viert niet-normatieve lichamen maar uiteindelijk, hoopt men dat ze “à la carte” functioneren.?Er is ruimte voor het litteken en zijn schoonheid, maar geen enkele ruimte voor het effect van zijn weg. Er is begeerte voor wat buiten de norm valt, maar de normen van de begeerte blijven gelijk.
De medische biotechnologie van interseksualiteit wordt nog steeds volledig toegepast. Niet simpelweg omdat we niet geslaagd zijn hen te besmetten met onze seksuele strategieën, maar meer omdat we niet geslaagd zijn het functioneren van het lichaam als een onverzoenlijke seksuele logica te decontrueren.

Mijn lichaam bijvoorbeeld heeft kortsluiting. Het werkt niet.

***

Ik weet dat wat ik schrijf niet makkelijk leest en niet makkelijk te aanvaarden is. Ik weet het omdat hoewel het de eerste keer is dat ik het opschrijf, ik er al jaren over heb gepraat. De waarheid is dat degenen die het systeem betwisten door de common sense van de biotechnologie te bevragen, eindigen met hetzelfde universele recept voor te schrijven: wat op de ene manier niet functioneert, kan en moet op een andere manier functioneren. Het gaat er om dat het functioneert.

De logica van het lichamelijk functioneren reproduceert zich door de oneindige productie van voorbeelden: hier is het verhaal van degene bij wie ze een lichaamsdeel hebben weggehaald maar die op een andere plaats genot heeft; daar is ook het verhaal van die niets voelt maar het compenseert met een empowerment dat haar rehabiliteert; overal zijn zij die hoewel geofferd leren zich aantrekkelijk te maken. Soms weet ik niet meer wie die fabels over een ongerepte moraal vertellen. Enkele zouden kunnen zijn geschreven of verteld door mijn chirurg.  Ze vertellen alle hetzelfde: het gaat erom dat het lichaam functioneert, want daar buiten is niemand, helemaal niemand die kan omgaan met wat niet werkt.  Computers, televisies, blenders, batterijspeelgoed, koelkasten, fornuizen … alles wat stuk is gooien we weg. Daarom moeten lichamen wel goed werken. Anders worden ze weggegooid en de mensen die in die lichamen leven worden dan ook weggegooid.

***

Een Engelse vertaling kun je vinden op http://www.sxpolitics.org/?p=5650. Het spaanstalige origineel staat op de Facebookpagina van Mauro Cabral (die zich nu Cabral Soldado Heroico noemt)

Dear trannies

This text is an alternative version of my speech for the presentation of the Amsterdam expo of Serious Game, a transgender sound and photo exhibition at the Melkweg Gallery. If you can: check it out before the 14th of February, for then it will travel back to Germany.

Dear trans people .. and others

On behalf of the organising Transgender Network Netherlands and on behalf of the project group that this exhibition accompanies: a warm welcome to you all.

Continue reading