We moeten van de term “transitie” af zoals we eerder van de term “transformatie” af moesten. Transitie legt een te groot belang bij de voor de buitenwereld fascinerende verandering en wordt ons ook door die buitenwereld opgelegd. Terwijl we zelf liever – zoals iedereen – aan onszelf werken, worden hoe we ons voelen.
Via de Facebook pagina van de IFGE kwam ik net een belangrijk thema tegen: transitie. En een aantal mensen commentariëren daar dat transitie ook geen goede term is. Het is wederom een term die uitgaat van het standpunt van de cisgender mensen, het is de niet-trans bril waarmee gekeken wordt.
Belang hechten aan transitie, aan de term transitie ook, is belangrijk in een wereld die trans niet als gelijkwaardig ziet, maar als afwijking. Zoals Andy Jonathan zegt:
I *really* hate the term “transitioning”. The notion of “transitioning” is cissexist as everyone whether they are trans or cis “transitions” throughout their lifetime. So why make it a big deal for a trans person?
Dat wil natuurlijk niet zeggen dat het zinloos is om je gevoelde genderidentiteit in de praktijk te brengen. Het zegt vooral dat er een veel te groot belang wordt gehecht aan de die overgang. Er zijn zoveel – grote – transitie in het leven: gaan studeren, uit huis gaan, een gezin vormen, chronisch ziek worden, emigreren … allemaal transities. En die éne transitie wordt als veel essentiëler gezien dan de andere. Raar eigenlijk.
We zullen er voorlopig nog niet vanaf zijn, maar de realisatie dat er een veel te groot belang wordt gehecht (door de niet-trans buitenwereld vooral) geeft de mogelijkheid je meer op je leven te concentreren, hoe je het wilt inrichten, en minder op de vragen van de overgang.