Enigszins in het verlengde van de Movies that Matter-film XXY die ik in 2008 al op het Amnesty-filmfestival heb gezien en waarover ik in een vorig bericht heb geblogd, heb ik later bij Vrolijk “Tintenfischalarm” gekocht. Deze intersekse-film was ook te zien op het laaatste Transgenderfilm Festival in Amsterdam. Recent heb ik deze weer bekeken en de concept blogpost daarover werk ik hier verder uit.
Tintenfischalarm is het verhaal van een Oostenrijkse jonge XY-vrouw die na jaren zelfhaat besluit haar lichaam te vermannelijken en meer naar haar/zijn gevoel te leven. Zoals zo vaak spelen de woede en de schaamte over de aangedane medische behandelingen en het verzwijgen wat er aan de hand is een heel belangrijke rol.
Uiteindelijk is het omdat de maatschappij (de artsen en via hen de ouders) vinden dat het slecht en traumatisch is voor het kind niet als eenduidig jongen of meisje te leven, dat de kinderen geopereerd worden. Deze Alex (frequent gekozen transmannennaam ;o) is op 6-jarige leeftijd van micropenis verlost, kort later van zijn testikels en nog wat later wordt er een vagina gemaakt met alle ellende van dien (jaren lang moeten dilateren, aanraak-angst daar).
Geheel onbewust van allerlei discussie die zich op dat moment over transgender en medisch protocol afspeelt op het Noodlesforum, merk ik dat ik steeds nadrukkelijker ben voor (ook) lichamelijke zelfbeschikking. Uiteraard bij intersekse, maar ook bij transgender natuurlijk. Een forumgenoot werpt terecht op: Als boob jobs en dergelijke bij “bio’s” al een kwestie zijn van “de patiënt vraagt, de arts draait”, de patiënt bepaalt, dan geldt dat voor transgender ook (mijn parafrasering).
Vanuit de professie kan ik me voorstellen dat men wel een indicatie wil hebben dat de wens langdurig en betrouwbaar is. Maar aan de andere kant zijn de dames en heren medici te zeer verwend de afgelopen anderhalve eeuw. Ze hebben een enorme verantwoordelijkheid, een poortwachtersfunctie in de schoenen geschoven gekregen. Vanuit een psycho-medisch model (Kértbeny voor de homoseksuelen [1869] en Klebs voor intersekse [1876]) is er al anderhalve eeuw gewerkt aan normalisatie, het weg’toveren’ van variaties uit het bestaan, pathologiseren van wat niet voldoet aan de WASP (witte middenklasse hetero man) norm.
Dankzij deze constructie – laatst nog duidelijk aangetoond door Lena Eckert (PDF!) – krijgen wij allen onze plaats gewezen in het verhaal van mannelijkheid en vrouwelijkheid. Ook op 1 september jl. tijdens de (Trans)gender Equlity miniconferentie in het Europarlement, werd stevig gediscussieerd over de vraag of we nou een derde gender moeten invoeren of die twee die maatschappelijk erkend zijn hun belang afpakken. De conclusie neeg sterk naar het laatste: een derde categorie invoeren leidt tot ‘apartheid’ en restcategorie, dumpplaats voor wie men niet de eretitel man/vrouw wil toekennen.
Voordat de halve wereld weer over mijn blog struikelt, bovenstaande betekent niet dat wat we mannelijkheid en vrouwelijkheid noemen niet bestaat, het betekent alleen dat het subjectiever is dan ooit gedacht. Dat een hoop ideeën puur arbitrair zijn qua toedeling. Ik wil zelfs zover gaan dat een hoop gedragingen die we aan hormonen toeschrijven voor een groot deel gefilterd worden door wat acceptabele gedragingen zijn voor de verschillende seksen en genders. En vergeet vervolgens de groepscensuur niet. Alles is constructie, zonder deze (creërende) constructie kom je nergens.
Intersekse op zich is voor de buitenwereld interessant, fascinerend: al die duizelingwekkende condities: X0, XXY, 5 alfa reductase, pseudo-hermafrodieten, Klinefelter, CAH, Turner .. whatever. Maar is dat nou waar het om gaat? Uiteindelijk gaat het om gebrek aan respect voor afwijkende lichamen op een Zo Belangrijk Gebied. (Goh, waarom komt me dat toch zo bekend voor?). Gaat het om het fixen van lichamen en identiteiten. Om het feit dat mensen niet de tijd krijgen om zelf te ervaren hoe ze het prettigst leven. En fixen is hier repareren, niet fixeren, vastpinnen.
Voor wie het betreft is het al te vaak vooral een hindernis die leidt tot ziekenhuisopnames, doktersbezoeken, medicatie, operaties. En aan de andere kant sociaal isolement, gevoel niet normaal te zijn, problemen met legitimidatie (sic!) wanneer men geen behandeling heeft gehad dan wel dat men het niet eens is met de behandeling (waardoor men zich soms als trans moet melden bij een genderkliniek). Intersekse personen zijn verder niet zo anders als andere “normale” (genormaliseerde?) mensen. En net als die anderen moeten ze de mogelijkheid hebben zelf te beslissen over lijf en leden. En dus moeten ze ook kunnen besluiten of en hoe ze hun genitaliën willen aanpassen en in hoeverre. Jouw leven, jouw lijf, jouw besluit. Logisch toch?
Maar dat mogen we dus niet. Omdat dezelfde mensen die ooit homoseksualiteit uiteindelijk uit de medische en psychiatrische classificaties hebben gehaald het helemaal niks vinden dat je zelf zou besluiten over je lijf en leven, staan Genderidentiteitsstoornis en intersekse (DSD, Disorder of Sex Development) wél dik in die handboeken. Het zou me niet verbazen als ze ook weinig op hebben met abortus.
De campagne Stop Transfobie 2012 (dan komt de nieuwe editie van de gezaghebbende psychiatrische classiicatie DSM uit) waaraan Noodles, TNN en TGEU meedoen, stelt als eisen: declassificatie van trans* als (geestes)ziekte en behoud van recht op vergoeding van medische trans*-zorg. Bij extensie geldt dat ook voor intersekse natuurlijk. En belangenverenigingen van interskse personen kunnen mij nog meer vertellen, maar ook intersekse is op zich niet een aandoening, en vooral doordat er zo krampachtig wordt gedaan over lichamen die “daar onder” anders zijn of zich endocrinologisch niet aan de regels houden, hebben we (trans* en intersex, maar ook andere lichamelijke configuraties) zulke problemen met een goed leven.
Dat er velen zijn voor wie dit futuristische abacadabra is, is jammer, maar geen hindernis om te blijven strijden voor goede, cliënt gerichte, publiek gefinancierde toegang tot gezondheidszorg.
Alex leeft inmiddels als man in Wenen. Over zijn status en zijn keuze zegt hij “Ik zit nou eenmaal een beetje ertussenin”.
