Alleen of met z’n allen?

In een paar postjes over de jaren, over relaties, seksualiteit en aanverwanten, nu een poging iets meer uit te diepen hoe ik relaties zie. Hoe mijn weerzin tegen veel één-op-één relaties in elkaar zit. Bijvoorbeeld: monogamie en gezin zijn uitvindingen van de duivel.

In zekere zin zie ik niet zo’n probleem in die monogamie. Ik zie niet wat er mis is met niet continu met één iemand te leven. Ik zie wel wat er mis is (soms) met nul mensen om je heen. En ik heb zelf vooral behoefte aan een breder perspectief. Meer in de zin van de Tröckener Kecks: “Eén is te veel, honderd te weinig”.

Het hoeft geen seriële monogamie te zijn. Het hoeft evenmin één grote orgie te zijn. Wat wel is wat je dan vaak als verwijt naar je hoofd krijgt geslingerd, maar waar ik ook niet zo’n probleem van maak: vrij veilig en weet wat je doet. Een ethische slet is zo slettig als zhij [dit is geschreven voor het “hen/die” tijdperk, toen gebruikte ik nog “zhij” 😉 ] kan zijn, dus als zhij met grenzen te maken krijgt, moet zhij daarmee omgaan. Einfach.  En voor wie dan wil weten hoe dat met mij zit: ‘t is maar hoe je het bekijkt. Relations are in the eye of the beholder. Ik geniet van mijn liefje(s) als daar sprake van is, en heb een niet-Freudiaanse ‘familie’ om mij heen die vooral moet uitdijen, zij het door verkiezing en niet per se door natuurlijke aanwas.

Tekening van fiiguren aan een tafel met o.m. trans, nonbinaire en lesbische vlag attributen in hun kleding. Zij vormen het "Protectoraatspolycuul" uit een Tumbler die ik tegenkwam

Protectorate Polycule

Mijn aversie tegen een huisje-boompje-beestje leven met vooral één persoon met wie je alles deelt, komt denkelijk voort uit feministisch commentaar en uit persoonlijke idealen.
Er is in de loop der jaren een hoop feministische en queer kritiek geuit op zo ongeveer alle relatievormen die we kennen. En dat heeft volgens mij vooral opgeleverd dat de communis opinio is dat je vooral oprecht en eerlijk met elkaar moet omgaan. Wat door Psychologie-magazine een tijdje geleden weer de grond werd ingeboord: we zijn helemaal niet open en eerlijk. Maar ja, de Psychologie is nou ook niet queer en feministisch.

Hele volksstammen zullen roepen dat we nu eenmaal geneigd zijn tot één-op-één relaties, dat je uitnodigt tot jaloezie en zo meer. Dat is voor een deel wel waar, maar het is historisch en aangeleerd en dus veranderbaar. Maatschappelijk en individueel. Waarmee ik je niet impliciet moreel verplicht tot het aangaan van polyamoureuze relaties. Als je je er niet fijn bij voelt: vooral niet doen. Het enige dat ik van mijn lezersters verwacht is bewustzijn van hun keuzes. En als je jezelf bewust beperkt kan dat ook goed zijn. De maatschappij is er tenslotte niet op gebouwd: Amsterdam wilde van de zomer alle ‘ongeregelde’ woningbezetting illegaal maken zelfs. Mijn woonideaal is ook niet eenvoudig en daarnaast vast alleen weggelegd voor krakers of aardig verdienenden …

Van paniek over monogamie is ook niet zo vaak sprake, tenzij “de gedachte alleen al”.

Vermoedelijk is dit thema weer nog controversiëler dan mijn standaardhobby en is er heel veel onbekendheid en vooroordeel. Het lijkt de gewone wereld wel. En net als met mijn andere verhalen hier ik ga niet het abc uitleggen. Wil je iets weten over poly(amorie) en hoe dat kan uitwerken, de veelvoud aan mogelijkheden: lees The Ethical Slut en lees Simon(e) van Saarloos’ “Het monogame drama”!. The Slut is overigens niet queer, wel queervriendelijk.

Het monogame drama. Van Simon(e) van Saarloos

Ik kom steeds sterker tot de overtuiging dat, net als waar in het professionele en sociale leven netwerken belangrijk zijn, dit ook in het liefdesleven geldt. Een netwerk van meer dan goede vrienden, exen, would be-exen, nieuwelingen is goud waard. Liefst in een flinke woongemeenschap. Met verplichte afwasmachinedienst en verplichte leesavonden  van esoterische groepsliteratuur ;o)

Elders heb ik geschreven wat ik bedoel met een veld: een spreekwoordelijk of ‘mathematisch’ vlak waarin nieuwe mogelijkheden opkomen en ander weer wegzakken. Een veld van mogelijkheden. Dat idee van een ‘veld’. Praktisch kom ik mensen tegen waar ik dan vreselijk enthousiast van wordt. En zij meer of minder van mij. Dan ontwikkelt zich iets – meestal “slechts” vriendschappelijk boehoe – hebben een tijd intens plezier en contact en doorgaans neem het dan weer wat af. De laatste tijd ben ik semi-actief op zoek. Mag ik in jullie puzzel? Willen jij/jullie met mij puzzelen? Geven jullie een “frisse impuls aan mijn leven”? </reclamespraak>.

Ergo: voor mij geldt Lets’s share the fun .. and the problems. Ik haat de neoliberale socialisatie van ellende en privatisering van vreugde.

 

 

P.S. IK dacht dat ik dit al lang had gepubliceerd., kon het niet vinden en bij het schrijven van iets anders kom ik het tegen in mijn concepten. Zal wel weer iets anders te doen hebben gehad destijds. Of in iets of iemand verzeild zijn geraakt.