Waarom wij hier staan
(Tekst uitgesproken op 18 november 2007 ter gelegenheid van Transgender Gedenkdag 2007 .)
Beste mensen,
Eind april stonden we met ongeveer 100 mensen in Den Haag, op de plaats waar Henriette Wiersinga haar laatste stappen heeft gezet. Vlak voor ze zo erg mishandeld werd dat ze in het ziekenhuis overleed.
Het was erg om je dat te beseffen. Dat je ook in Nederland je leven niet zeker bent als transgender persoon. Henriette noemde zichzelf geen transgender. Ze was misschien een engel zei ze, een tussenmens. “Transgender heeft een mooie dansachtige klank”, zei ze. Ze vond het mooi ook “vanwege de symbolische, overdrachtelijke betekenis.”
Ik heb uit mezelf niet veel met het woord transgender. Ik noem mijzelf liever een vreer. Dat komt van mevrouw en meneer samen. Mevreer, kortweg “vreer”. Anderen noemen zich een “het”. We zijn zo veelzijdig, zo veelkleurig. En dat vind ik prachtig.
Daarom doet het des te harder pijn dat transgenders - mensen die niet óf man óf vrouw zijn, zich daar maar ten dele mee identificeren; of die zich wél man dan wel vrouw voelen, maar door anderen niet als zodanig worden geaccepteerd - Dat wij zo vaak nog niet voluit kunnen leven.
Zelfs transseksuelen moeten aan tal van regels voldoen voordat ze in alle opzichten zichzelf kunnen zijn, voor de wet ook een meneer of een mevrouw zijn. De overheid treedt in onze relatie met de dokter. Zij stelt dat je een bepaald lichaam moet hebben om aanspraak te maken op een titel. Je moet gesteriliseerd zijn voordat je je vaak felbegeerde “jongensdiploma” of “meisjesdiploma” mag halen bij de gemeente. Voordat je eindelijk overal als man of vrouw door het leven kunt en mag gaan.
Dat deden ze vroeger ook met de homo’s en met de lesbo’s. Die hebben zich jaren gelden uit de beklemmende greep van wetgever en medische wereld bevrijd. En zie: als homo kun je grotendeels jezelf zijn. Maar er waren tijden dat je als “geïnverteerde” man gezien werd als vrouw. Homo’s spraken rond de Tweede Wereldoorlog er nog steeds van dat ze “in het verkeerde lichaam zaten” Later hebben ze zich geëmancipeerd.
Zo ook waren wij eerst blij überhaupt gehoor te krijgen ergens. En beginnen we ons nu ook hier eindelijk te roeren: we willen onze rechten. Vooraleerst willen wij heel simpel dezelfde mogelijkheden als anderen. Niet gediscrimineerd worden. Wij willen ook werk op ons niveau en dat men niet raar opkijkt dat onze diploma’s mischien op onze oude naam staan. Wij willen ook gewoon wonen. En niet afgewezen worden omdat onze papieren niet kloppen.
Op veel plaatsen van de wereld is Ons Soort mensen - of ze nu travestiet, transseksueel of nog anders transgender zijn - het leven zelf nog niet eens zeker. Ook in Frankrijk worden onze broeders en zusters in elkaar geslagen en vermoord. Of in Engeland. Je hoeft de oceaan niet over daarvoor.
Net als de homo’s en de lesbo’s die voor veel mensen weer in het verdomhoekje zitten en soms eveneens met heftige agressie geconfronteerd worden, eisen wij bescherming. Hier en elders. Daarom staan we hier. Nu.
