Category Archives: Chili

Trots

Andres Rivera DuarteMijn Chileense ‘broer’ (hermano de alma) heeft de prestigieuze Felipa de Souza mensenrechtenprijs gekregen van het IGLHRC voor zijn werk voor transgenderrechten.

Andrés Rivera Duarte is de oprichter van de enige NGO in Chili  die strijdt voor transrechten, de Organización de Transexuales por la Dignidad de la Diversidad, OTD). Aan de prijs is een bredrag van $ 5000 verbonden.

De Felipe de Souza-prijs erkent de moed en de effectiviteit van groepen en individuen die zich inzetten voor de rechten van homo’s lesbo’s, biseksuelen, transgenders, interseksuelen (HLBTI) en anderen die gestigmatiseerd en mishandeld worden om hun seksualiteit, gender of HIV status.

In 2005 richtte Andrés de OTD waarvan hij nu de voorziiter is, op. Hij werkt samen met de regering en met de lokale GG&GD om de medische en maatschappelijke transitie van transgenders in Chili mogelijk te maken. Ook organiseerde hij het eerste debat in Rancagua, zijn woonplaats, over samenlevingscontracten. Maar hij is niet alleen op hoog niveau actief; hij levert ook directe steun aan sex-werkers door hen ‘s nachts aan de snelweg te bezoeken en koffie, eten, HIV/AIDS voorlichting en condooms te geven.

Zelf is hij ook het slachtoffer van discriminatie en heeft een juridisch gevecht geleverd dat er uiteindelijk voor zorgt dat sinds afgelopen jaar transgenders hun naam en geslachtsregistratie konden wijzigen zonder dat er per se genitale operaties nodig zijn (wat in Nederland nog steeds wel het geval is).

Ik heb hem november 2006 ontmoet toen ik onderweg naar het einde van de wereld, bij hem in Rancagua langs ging.  Viavia heb ik contact met hem gekregen. Ik wilde onderweg ook langsgaan bij ‘familieleden’ om te zien hoe voor hen het leven is. Een soort fysieke flessenpost. Ik heb een dag of vier met hem opgetrokken, ben op de lokale viering van de VN-dag van de Tolerantie geweest, heb met hem de sex-werkers (die vaak ook transformistas zijn) bezocht en verder uitsetekend bier gedronken  voor de deur van zijn huisje in Rancagua.

Uiteraard ben ik erg blij dat zijn harde werk erkend wordt. Voor mij ook een stimulans om verder te gaan met het werk van het Transender Netwerk Nederland. En om door te vechen in Europa tot het hier ook voor iedereen mogelijk zal zijn om eenvoudig en zonder staatsinmenging of discriminatie, te kiezen voor het gender waar je je op dat moment het meest thuis voelt.

 

Behalve Andrés, heeft Arsham Parsi van de Iraanse homo-organisatie IRQO de prijs gekregen voor het vaak letterlijk levensreddende werk van zijn organisatie. 

Muziek

Het is een beetje een wisselwerking: nu ik me weer heb opgegeven voor een cursus Spaans (erg leuke docent ook *winkwink*) kijk en luister ik weer meer Spaans.
En doordat ik meer Spaans kijk en luister heb ik meer zin in Spaans leren, om het beter te spreken en schrijven. Lezen en verstaan is manzana/huevo (appeltje/eitje).
Ojos De Brujo

Nu heb ik weer geweldige (uiteraard Spaanstalige) muziek ontdekt: “Ojos de brujo” (heksenogen). Het is een zuid-Spaanse muziekgroep die een crossover maakt van hiphop en flamenco: jiphop flamenquillo. De vonken spatten ervan af. Ze zingen met een zalig accent.
Het andalusisch /sevillaans is heel mooi. Ze gebruiken een vrij platte tongval bij de klinkers en slikken medeklinkers in. Men zegt “convertío” i.pv. “convertido”. Zelfstandige naamwoorden worden ook veranderd soms en er zit in de teksten het nodige argot (slang). Wie niet van flamenco houdt maar wel van rap (wat ze in Spanje op één hoop gooien met hiphop) zou es kunnen luisteren naar La Mala Rodriguez. Sowieso goed lied van La Mala is “Por la noche” of “la niña”. Als je op last.fm zoekt vind je van hen sowieso 30 seconden om te beluisteren (per lied). Van Tahita is een mooie clip gemaakt zeer karakteristiek.

Andere – voor mij nieuwe – geweldige muziek is de salsamuffin van Sergent Garcia (op z’n Frans; op z’n Spaans is het Sargento Garcia). Politiek getinte feestmuziek bestaand uit een mengsel van salsa en raggamuffin, die doet denken aan Manu Chao of Mala Vita.

Net op m’n ‘verhaardag’ ook weer een boek gekregen van Isabel Allende “Inés de mi alma” over de verovering van Chili. Het is de geschiedenis van Inés Suarez, geliefde van Pedro de Valdivia, de veroveraar van Chili. Er zit ook een flink stuk ook over Lautaro, de legendarische Mapuche leider. Hij leidde ten tijde van de verovering het verzet tegen de Spanjaard. Logisch, want niemand ziet haar land graag veroverd worden. En m’n Chileense broer (hermano de alma) is ook half Mapuche. Er is ook van alles aan de hand met ‘hun’. Zie bijvoorbeeld een recente blog hier. En zo is het cirkeltje weer rond.

Al denk ik niet dat mijn volgende fietsreis al weer in de cono sur (zuidelijk Zuid-Amerika) zal zijn, spaanstalig zal de omgeving hoogstwaarschijnlijk wel zijn. Ik dub nog tussen de Zilverroute of de Camino del Cid. A ver.

vreer luistert: Ojos de BrujoTiempo de Soleá

Gebeurtenissen en plannen

Het is al een tijdje geleden dat ik hier wat neergepend heb (om dat ouderwetse werkwoord maar eens te gebruiken). En de reden is een prozaïsch als waar: drukte. Aangezien niet alle lezers mij van even dichtbij volgen enige gebeurtenissen, ontwikkelingen en plannen hier
.Ik wil op mijn (Spaanse) blog graag een stukje gaan schrijven over het bezopen beleid dat de Chileense regionale regering voert tegen de hongerstakende Mapuches in de gevangenis van Angol (IX). Als het toch over die regio gaat hoop ik nog een kleinstukje te kunnen plaatsen over de strijd die men in Patagonië nu voert tegen de internationale energie-industrie en de nationale mijnbouw. Die willen graag waterkrachtcentrales neerzetten in wat nog vrij ongerepte water ecosystemen zijn. Onder meer de prachtige en schone Río Baker bij Puerto Bertrand en Cochrane. Gelukkig is een deel van de bevolking al hard bezig campagne te voeren op een goede wijze ook. Toen ik vorig jaar in de buurt was heb ik in Coyhaique ook het actiecentrum bezocht en daar nog een leuke activiste leren kennen, Paméla.

Het blijft me bezig houden dat verre land, zij het meer op een afstand inderdaad. Als ik geluk heb, qua tijd en geld, ga ik in de Nederlandse herfst terug voor een tijdje. Het huidige idee is een stukje Ruta Cuarenta in Argentinië(minstens zo ‘hopeloos’ als de Carretera Austral in Chili) te rijden  en dan de Andes over te steken naar Chili. Daar wil ik in ieder geval in Rancagua bij mijn ‘transbroer’ Andrés langs gaan en in Coyhaique. Bij Pamela en anderen en daar nog even wat fietsen ook. Ik ga nu gewoon een flink stuk bussen uit tijdgebrek, fiets onderin.

homonota

Wat in Nederland gaande is, is dat ik mij intensief bezig houdt met het wederopgerichte Transgender Netwerk Nederland. Met mijn kameraden van de Noodles hebben we na lang jengelen (vind ik) een ruime maand geleden de eerste bijeenkomst voor elkaar gekregen. En we zijn ook meteen voortvarend van start gegaan.
Daar is ook een heel goede reden voor. We worden nl. genoemd in de Homo-nota van de regering. Jawel, alle transgenders vallen nu onder het begrip homo volgens de nota. “Met de term ‘homo’ of ‘homoseksuelen’ wordt in deze nota bedoeld: lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuele mannen en vrouwen en transgender personen, tenzij dit anders in de tekst is aangegeven”. Tja, daar moet ik dus smakelijk om lachen. Aangezien ik sowieso de neiging heb dingen niet te serieus te nemen en daarnaast me langzamerhand ook wel als gay, dan wel homo afficheer (is dat hele trans-proces dan eigenlijk wel nodig geweest, had ik niet gewoon problemen met zelfacceptatie als homo?! ;D) vind ik het uitermate komisch.
Magoed, eigenlijk is het triest dat we als seksuele variant worden gezien (als in seksualiteit, niet als in sekse). Om nog maar even voor eigen parochie te preken: transgender is in eerste instantie een geval van alternatieve genderexpressie (uiting). Dat kan gepaard gaan met de dringende wens tot lichamelijke aanpassing aan het ervaren geestelijke en emotionele geslacht/gender. En dan komt er los daarvan nog eens seksualiteit om de hoek kijken: op wie je valt, op wat voor lichamen en wat voor (gender)expressies. Die dingen staan los van elkaar. Dat is wel afdoende aangetoond.

In het kader van dit Netwerk en de Homo-nota van Plasterk ga ik binnenkort met twee collega’s op gesprek bij het ministerie van OCW in Den Haag. Ik kan niet zeggen dat ik me daar nou helemaal op verheug maar ik ben wel erg nieuwsgierig. Als dat gesprek een beetje loopt, denk ik dat ik ook in Europa wel wat wil gaan doen met het TransNetwerk. Maar eens zien hoe en wat.

Logo DierenbeschermingEn van geheel andere aard: ik vind de Dierenbescherming gemeen. In principe wil ik even geen kat, maar met die advertenties hier in Amsterdam van kat zoekt baas kom ik toch wel weer in de verleiding. Heel misschien neem ik toch een kat, als verjaarskado of zo misschien wel. Een uit het asiel uiteraard. Of twee, dat ze wat aan elkaar hebben? Dan een verwilderde en een aanhankelijk maatje zoals de Dierenbescherming voorstelt.

Tot zover even. ¡Hasta luego y cuidase!

Puerto Williams – Zuidelijker dan het Einde van de Wereld

Puerto Williams is vreemd. Daar was ik op de boot al impliciet op voorbereid. Nu is elk eiland waar je aankomt – zeker als je eerst een antal boten over moet klauteren – vreemd, maar het besef dat dit het zuidelijkste permanent bewoonde eiland van de wereld is, waar ik in de regen aankwam, maakt het extra vervreemdend. Als de openings-scene van een film: Continue reading

Noord-Chili

Tja, en dan kom je na een lange busreis in Arica aan. Nog half ziek van een opgelopen voedselvergiftiging (de enige gelukkig) stap ik in het Estación de Autobús van Arica uit. Geld opnemen en me een beetje inlezen in de omgeving is mijn eerste prioriteit.

Continue reading

De staat van de straat

Nu ik (helaas) een dagje de tijd heb doordat de bootmaatschappij plots zn schema omgooit, ga ik maar eens een beetje achterstallig werk verrichten: hoe staan de wegen op de Carretera Austral ervoor? Niet best, maar dat weten de meeste fietsers die hem willlen gaan rijden al. Ik heb vanaf Chaitén gereden totenmet Villa O´Higgins, en van Chaltén tot aan (totnutoe) Punta Arenas. Ik ga door totenmet Vuurland, maar het verslag daarvan moet dus nog even wachten.

Ik geef in etappes weer wat ik heb gereden en hoe de weg was. Qua wind en hellingrichting is het overigens het best te rijden van Noord naar Zuid. Anders heb je beide bijna continu tegen. Dit is tevens een update van Ivan Viehoffs Touring Notes

  • Chaitén-Villa Santa Lucia: zit een pittige stijger in maar de staat van het wegdek valt mee, zeker als je terugkijkt met veel erger in je wielen :] Een -2 op een schaal van 0 tot -10. Eerste 25 km is overigens geasfalteerd.
  • V. Sa Lucia – La Junta: was best netjes. Niet veel op aan te merken
  • La Junta – Puyuhuapi: vermoeiend wegens veel op en neer maar geen heel slechte weg -1 tot -3
  • Puyhuapi-Las Lomas (Paso Queulat): slechte weg, zeker het stuk van Puyuhuapi tot aan de gletscher: -3 zeker. De cuesta van Queulat is aardig te doen op een 26″ ATB met zeer brede banden, een 28″ randonneur (ook met 47 mm banden) heeft het er knap zwaar. Het regent er vaak en de weg bestaat voor een groot deel uit losse stenen, echte ripio. 17 haarspeldbochten.
  • Las Lomas – Villa Mañihuales: Tot afslag naar Pto Cisnes behoorlijk slechte weg, zeer onaangenaam bij regen. Vanaf Amengual deels geasfalteerd.
  • V. Mañnihuales – Coyhaique: alles asfalt. Zit aardige stijger in, daalt een stuk en dan op het laatst zoals wel vaker weer een vette knik naar boven.
  • Coyhaique – Pto. Ibañez (tevens Cerro Castillo): Prima weg, wel veel regen. Afdaling naar Pto. Ibañez is erg steil.
  • Pto. Ibañez/Chile Chico – El Maitén (zuidzijde Lago Carrera): slechte en vaak sterk stijgende en dalende weg. Erg zwaar rijden maar ook heel mooi. Ik geef er een -2 tot -6 voor.
  • Pto Bertrand – Cochrane: Mooi maar rotte weg, al zijn ze veel aan het verbeteren – juist daardoor ontstaat veel voor de fietser lastig berijdbaar ripio met keien en kiezels. Tot -5
  • Cochrane – splitsing Tortel/Yungay: ´beweeglijke´weg met de nodige ups en downs, wisselende kwaliteit wegdek: tot -4 (is deels inderdaad wel subjectief, gevoelsmatig)
  • Splitsing tot Caleta Tortel: relatief sterke stijgingen en dalingen over ripio van redelijke kwalitiet. Er nat want je komt vrij dicht bij kust.
  • Yungay – Villa O´Higgins. Het vreselijkste dat ik heb gereden. Alsof de weg nog onder constructie is, net wordt uitgehakt. En helemaal wanneer het weer niet meezit, is het afzien geblazen. Vanaf de splitsing Yungay/Tortel ga je flink omhoog met een paar haarspeldbochten en slecht (deels vers) ripio. De weg blijft regelmatig omhoog gaan tot een km of 20 voor V. O´Higgins. Het wegdek wordt hoe langer hoe slechter. Zonder meer een -9. En vaak slecht weer op dat traject. Een paar Zwitsers die me passeerden kregen sneeuwbuien op hun pet, ik alleen ijskoude regen met een beetje hagel.
  • Villa O´Higgins- Lago del Desierto: is slecht fietsbare weg. Tot aan de grens met Argentinië is het een weg (kwaliteit: -7) met veel “pushbiking”. Daar eindigt de weg ongeveer en wordt het een (eerst aardig befietsbaar) pad, later wordt het een 10tal km paardenpad, met soms diepe geul waar alleen wandelaars en paarden goed doorheen kunnen. En mogelijk ATBs met weinig breedte. Mede door aanhoudende fietspech heb ik 95% gelopen en het in twee dagen gedaan. Als je weet wanneer je aankomt aan de zuidzijde van Lago O´Higgins kun je vantevoren proberen je bagage per paard te laten vervoeren. Vlak na de Chileense grenspost is een camping en de campingbaas is of weet van de paardenbaas. Er zijn diverse bronnen w.o. Iris en Tore op reis met redelijke info. Aan de Argentijnse zijde bij de gendarmerie is een prima kampeerplek aan het Lago del Desierto. Vraag vantevoren na of de boot over Lago del Desierto wel gaat want anders moet je een echt niet te befietsen trekkingpad van 3 tot 5 dagen lopen en je fiets later met een andere boot laten komen naar de overkant.
  • Lago del Desierto-Chaltén: ripio, kwaliteit varieert van -2 tot -4.

Eigenlijk is Villa O´Higgins einde Carretera Austral. Ik ben doorgegaan en geef nog een recensie van de rest.

  • El Chaltén- El Calafate: deels ripio (ca -3 regelmatig) en grotendeels pavimentado, geasfalteerd. Meestal Noordwestenwind en dan zit je goed, zeker als die hard blaast.
  • El Calafate – Villa Cerro Castillo. Groot deel asfalt (tot La Esperanza). Ben bij El Cerrito afgelagen over een kortere weg naar V. Co Castillo. Ripio maar wel redelijk, max -3 en behoorlijk vlak terrein, befietsbaarheid hangt voor groot deel van de wind af, net als naar Calafate.
  • V. Co. Castillo – Puerto Natales: wordt geasfalteerd, ripio is heel behoorlijk
  • Pto Natales – Morro Chico: geheel asfalt, behoorlijk stevige wind (Patagonië dus flinke wind)
  • Morro Chico – Punta Arenas: asfalt en wind. Tamelijk vlak allemaal.

Een vertaling in het Engels komt als ik terug ben wel. Dit is voor Nederlandse en Vlaamse fietsers in elk geval nuttig 🙂

 

Juan

Dan kom je doodmoe in Quellón waar de volgende dag de boot naar het vasteland gaat. En je had de ochtend al gehoord dat die niet om 16.30 gaat wat je gids meldt (noch van Navimag of Transmarchilay is) maar om 12h gaat. Daar gaat je plan voor twee korte rustige dagen. En als je dan tegen het vallen van de avond (uur of negen) aankomt blijkt dat het eerste adres uit je gids voor logies niet meer meedoet, het tweede een Hogar de Christo is en geen gewone herberg. Dan schiet het allemaal geen meter op. Behalve dan dat je wel op tijd bent aangekomen om de volgende dag desnoods om acht uur als het zou moeten de boot te pakken. Ook de politie kan je niet helpen, maar dat is achteraf ook niet nieuw, die zijn gewoon niet slim.

En dan stopt er terwijl je in het schemerdonker een voorbijganger vraagt, een lokale fietser “hallo, hoe gaat het?” “Goed, maar ik zoek logies die hier ergens zouden moeten zijn.” Na wat gedelibereer (ik sta tegenover een hotel blijkt) vraagt hij: heb je een tent? “Ja.” “OK, dan kun je met mij mee. Ik moet wel werken vannacht maar da´s geen probleem”. Tien minuten sjeezen en we komen in een soort ´bungalowpark´aan waar we de fietsen in een open schhur/stal zetten. Ernaast staat een quincho, een  groot achthoekig houten gebouw (grotere oppervlakte dan mijn huisje iig.) waar hij via een raam naar binnenklimt om de sleutel van het hangslot te pakken. Het blijkt dat hij daar woont en werkt. Het gebouw bestaat afgezien van wc´s en keuken uit één grote ruimte. Met in de hoek naast de ingang een houtkachel voor de verwarming. We zitten nog steeds op Chiloé, het grote eiland in Zuid Chili, dat ik vooral in het Zuiden erg mooi vind wegens de wat ruigere natuur (veel struikgewas en wilde bomen) en wegens de ´spontaan´aandoende land- en bosbouw – het lijkt vrij ongeorganiseerd.
De man in kwestie heet Juan, is van Griekse afkomst en technisch-maatschappelijk gezien een drop-out: hij was zeeman, heeft in allerlei steden in Chili gewoond en op allerlei havens gevaren in het Zuiden hier ook. Ook wel een aantal buiten Latijns-Amerika, maar het beviel hem niet. Wel het varen op zich maar niet als beroep. Sindsdien is ie na omzwerrvingen hier in Quellón terecht gekomen en verdient de kost met afentoe grote eetfeesten in zijn huis te geven: er staat een grote spit voor carne a las brasas (vlees aan het spit dus), je kunt er barbecuen en de keuken is eenvoudig maar voorzien van genoeg bestek, grote pannen e.d. om een gezelschap te kunnen voorzien van voldoende eten.

Vanmiddag komt een vriend helpen met broodjes bakken (pan amasado) want er is vanavond weer een vreetfestijn: jubileum ofzo voor 25 personen. A CL$4000 p.p. kan Juan weer een tijdje voortleven.

Ik heb er op de betonnen vloer geslapen lekker bij de brandende houtkachel op mn matje in mn slaapzak. Wel me voorgesteld als Mija (Spaanse spelling voor Micha); in het halfduister weet het niet precies hoe wie wat. Maar alles is oké en hij was ook oprecht. Beetje vreemd typ maar och.. ben ik zelf ook op mijn manier tenslotte.

No probs, wel veel gebrul van honden de hele nacht (je hebt echt erg veel honden in Chili, voor de veiligheid van de mensen en hun spullen vooral) maar goed fit wakker geworden weer. Nu naar het vasteland weer, en morgen begint De Carretera Austral.